Waar zit het vocht vooral?
Vochtige of muffe kelder? Ontdek in ongeveer 15 seconden om welk type keldervocht het gaat.
Hoe plaatst men randdrainage in de kelder?
De kimnaad in de kelder is een typische plek waarlangs vocht de kelder kan binnensijpelen. Dit komt omdat veel kelder een betonnen vloerconstructie hebben, terwijl de muren in baksteen zijn gebouwd. Betonnen vloeren kunnen zich niet goed hechten aan bakstenen muren, waardoor de kimnaad, de plek waar de vloer en de muur elkaar kruisen, niet volledig waterdicht is. Aangezien het vocht niet door de betonnen vloer geraakt, zal het zich dus een weg banen naar de naden.
Bij randdrainage zal men een soort van goot van waterdicht cement metselen, waar al dit vocht verzameld zal worden. De goot zal aangemaakt worden aan de binnenkant van de buitenmuren, aangezien het deze muren zijn die zullen te lijden hebben onder het binnenkomend sijpelwater. Is er een kruising met andere binnenmuren, dan zal men die doorgaans doorslijpen, aangezien het drainagekanaal uit één enkel geheel moet kunnen bestaan.
Via deze goot wordt het vocht uiteindelijk afgeleid naar een put, van waaruit het naar een afvoerkanaal gepompt wordt, zoals bijvoorbeeld de riool. Meestal bevindt de put of cilinder zich op het laagste niveau, zodat het sijpelwater via het drainagekanaal een neerwaarts traject kan afleggen naar de put. De put is dikwijls voorzien van een sensor, die meet wanneer de put vol begint te raken en het water dus weggepompt moet worden.
Randdrainage kan enkel worden toegepast wanneer je een waterdichte betonvloer hebt. Dit wil zeggen dat bijvoorbeeld een bakstenen keldervloer niet in aanmerking komt voor een systeem van randdrainage. Dit komt omdat baksteen een poreus materiaal is, waardoor sijpelwater ook via de vloer naar boven kan komen. Is de vloer poreus en laat het water door, dan is vloerdrainage de juiste optie.
Wanneer randdrainage de juiste keuze is (en wanneer niet)
Randdrainage werkt enkel als het vocht via de kimnaad binnenkomt en de betonvloer zelf gaaf en dicht is. De goot vangt namelijk water op dat langs de rand omhoog komt, niet water dat door de vloer sijpelt. Heb je een poreuze bak- of natuursteenvloer, of komt het water midden in de ruimte omhoog, dan biedt een randgoot te weinig soelaas. In dat geval kies je eerder voor een volledige kelderdrainage met noppenmembraan of drainagematten over de hele vloer.
De methode past bij lichte tot matige waterinfiltratie, bijvoorbeeld sijpelwater na regen of een hoge grondwaterstand die af en toe piekt. Staat de kelder regelmatig blank of is de waterdruk permanent hoog, dan volstaat draineren op zich niet en is bekuipen aangewezen. Twijfel je tussen beide sporen? Lees dan hoe je waterinfiltratie in de kelder herkent en waarom grondwater onder de kelder een aparte aanpak vraagt. Een vochtdiagnose ter plaatse maakt meteen duidelijk of randdrainage of een zwaardere ingreep nodig is.





